Laden

RTL Nieuws

Hoe het superzaad van Ragnilds vader haar leven op de kop zette

·Aangepast: 
Ragnild (52) is géén donorkind, maar ontdekte dat ze wel een donorvader heeft: in de jaren 80 doneerde hij zijn zaad tientallen keren. "Toen ik dat ontdekte, dacht ik echt dat ik gek werd. Iedereen kon mijn broer of zus zijn." Maak RTL je Google-favoriet
© Josephine Drehmanns / RTL NieuwsHoe het superzaad van Ragnilds vader haar leven op de kop zette
Ragnild heeft een onbekend aantal broers en zussen rondlopen.

Soms zijn een paar woorden genoeg om je hele wereld te doen wankelen. Voor Ragnild Zonneveld kwamen die woorden uit de mond van haar vader:

'Toen ik donor was, was het allemaal nog anoniem. Tegenwoordig mag dat niet meer.'

Het is 2021, Ragnild zit op dat moment met haar vader en dochter te ontbijten. Haar vader woont in Duitsland, ze zijn een weekendje bij hem op bezoek. Ragnilds dochter, 16 destijds, heeft het nooit leuk gevonden dat ze enig kind was en had daarom, ietwat gekscherend, boven de koffie, gevraagd: mam, kunnen jullie niet een kindje adopteren?

Nooit gedurfd

Er ontstond een gesprek over de voors en tegens van adoptie, hoe belangrijk het is dat een kind weet waar hij of zij vandaan komt. "Dat gesprek was voor mijn vader de cue om iets te bekennen wat hij nooit durde te zeggen", zegt Ragnild nu, op de bank in haar hoekwoning in het Drentse Havelte. Hond Bowie op schoot, kop koffie in de handen.

'Toen ik donor was, was het allemaal nog anoniem. Tegenwoordig mag dat niet meer.'

© Privéfoto Jonge Ragnild met haar vader.
Jonge Ragnild met haar vader.

Ragnild, over dat moment: "Ik wist niet wat ik hóórde. Ik ben goed met woorden, maar ik viel stil. Daarna vroeg ik, volgens mij, iets van: huh, wacht even, ben jij dónor geweest?!?"

Ietsje meer

Het kwam ineens als een waterval uit haar vaders mond: in de jaren 80 begon het, toen Ragnild 12 was en haar broer 13. Het zou voor vijfentwintig keer zijn, maar het werd 'ietsje meer': zeven jaar lang reed hij in totaal negentig keer naar de Kremerkliniek in Groningen om wensouders te helpen.

"De artsen moedigden hem aan, omdat mijn moeder binnen één jaar zwanger was met maar één eileider. 'Superzaad', moeten die artsen hebben gedacht. Als ik daarover nadenk, denk ik dat mijn vader dat toch ook wel egostrelend vond. Anders kies je er niet voor dat er zo veel kinderen uit jouw sperma worden geboren, toch? Ik vind het tegelijkertijd ook stuitend dat ze zo makkelijk met mijn vaders zaad zijn omgegaan. Zo plastisch. Zo praktisch." 

© Privéfoto Ragnild en één van haar 'gevonden' zussen.
Ragnild en één van haar 'gevonden' zussen.

'Een idealistische bijdrage' noemde haar vader het. "Ik geloof dat. Hij wilde mensen helpen. Hij was een lieve man, rekende zich rijk met ons, vond de worsteling van anderen op dit vlak verdrietig. Daarom stond mijn moeder er ook achter. Het voelde voor hem als bloed doneren. Dat hij ook zijn genen doorgaf – daar stond niemand destijds bij stil. Nu denk ik: hoe kan dat? Dat niemand nadacht over de gevolgen?"

"Want", vervolgt ze, "het betekende dat ik negentig potentiële halfbroers of halfzussen zou hebben. Negentig. Ik kon dat getal herhalen en herhalen, maar het drong niet tot me door hoe groot dit kon zijn. Ik kon er ook de vinger niet op leggen hoe ik me voelde. Ik was boos. Waarom vertelt hij dit tussen neus en lippen door? Alsof hij meedeelt dat hij een nieuwe keuken krijgt?"

Andere blik

Ze ging anders naar haar jeugd kijken. Ragnild groeide op met een broer ('dat is nu, na een transitie, mijn zus') in een dorpje verderop, met 500 inwoners. Haar jeugd was warm, vol liefde, muziek, boeken (haar vader las Ragnild altijd voor uit Fulco en de minstreel), museumbezoekjes, dieren (konijnen, kippen, honden). Hun huis stond aan de bosrand. Haar ouders waren progressieve, linkse hippies, haar moeder deed veel vrijwilligerswerk, haar vader werkte als sociaal hulpverlener. "Wij waren dat gezin met posters tegen kernwapens voor de ramen."

Maar ze waren ook het gezin dat 'niet helemaal' in het dorp paste. "We waren import. Vielen op. Op school werd ik gepest. Ik had een bril, beugel, een maffe naam, droeg geen make-up. Had kort haar. De scheldpartijen deden pijn."

© Josephine Drehmanns / RTL Nieuws"Ik zal moeten verdragen, dat ik niet alles ga weten."
"Ik zal moeten verdragen, dat ik niet alles ga weten."

Ragnilds moeder was lief, zorgzaam, attent, maar niet altijd stabiel. Haar broer had het moeilijk. Zodra Ragnild klaar was met de middelbare, ging ze naar Groningen, voor een studie psychologie. Daarna deed ze de pabo. In diezelfde tijd ontmoette Ragnild de man die later haar levensgezel werd, en de vader van hun dochter.

"Mijn leven was overzichtelijk, tot mijn 46ste", vertelt ze. "Ik had een partner, een dochter, en vanuit huis wist ik niet beter dan dat we met z'n viertjes waren: mijn ouders en mijn broer en ik. Maar mijn eigen verhaal bleek ineens veel groter. Mijn wortels waren ineens, gevoelsmatig, veranderd."

Zoektocht

Haar vader gaf aan dat hij het nooit het goede moment had gevonden om het nieuws te vertellen – maar nu wel, in overleg met Ragnilds moeder, met wie hij inmiddels gescheiden is. Hij wilde zijn DNA in een databank opnemen voor zoekende donorkinderen. "Ik steunde hem, dacht aan die donorkinderen. Hun puzzel moest compleet worden."

Lees ook

Steeds meer donorkinderen willen weten wie hun ouders zijn

Zelf had ze wel overweegtijd nodig. Om na te denken: hoe voel ik me? Aan wie wil ik het vertellen? "Ik voelde me een geschudde colafles. Je weet wel, dat de cola zo borrelt, maar de dop er nog op zit."

De dop ging er vanaf. Zij het langzaam.

Ze praatte er eerst over met haar man, dochter, daarna één vriendin, een tweede vriendin… "Ik had dat nodig. Mensen die luisterden."

En toch… En tóch valt het woordje 'eenzaam' wel een paar keer. "Mijn vrienden, dochter en man waren fantastisch, begripvol, maar voelden niet wat ik voelde. Op Facebook vond ik vooral lotgenootgroepen voor donorkinderen. Ik was anders. Ik heb wél een donorvader, maar ben géén donorkind."

© Privéfoto Ragnild, haar vader, en alle tot nu toe bekende zussen.
Ragnild, haar vader, en alle tot nu toe bekende zussen.

Ook de inmiddels opgedoekte Kremerkliniek kon niets vertellen. Omdat mannen destijds anoniem doneerden – wat nu niet meer mag – werden de dossiers vernietigd. "Ze dachten dat dat beter was voor de donorkinderen. Niemand kon mij of mijn vader vertellen hoe vaak zijn zaad is gebruikt." Ze ging lezen; verhalen van donorkinderen, stiekeme sjoemeldokters die met hun zaad honderden kinderen verwerkten. 

Puzzel 

Het is gek, zegt ze nu, vijf jaar later: haar puzzel wás altijd, voor haar gevoel, compleet, maar na het donor-verhaal van haar vader, voelde ze ineens missende stukjes. "Die hebben er altijd al gezeten, maar ik heb het nooit geweten."

Intussen werkt Ragnild aan de Radboud Universiteit, als docent op het gebied van hoogbegaafdheid. Hoe breinen werken, hoe we leren: het heeft haar altijd geïnteresseerd. Ze schrijft er veel over, voor werk: onderzoeken, adviezen, maar ze volgde de afgelopen jaren ook een schrijfcursus om een boek te schrijven. "Lang dacht ik: ik heb niets om over te schrijven." Ze lacht – hond Bowie kijkt even op. "Dat zei ik dus. Ík. Degene die een onbekend aantal halfbroers en -zussen heeft rondlopen."

© Privéfoto Het huis aan de bosrand, waar Ragnild 'heel overzichtelijk' opgroeide.
Het huis aan de bosrand, waar Ragnild 'heel overzichtelijk' opgroeide.

En dus begon Ragnild te schrijven. Die colafles, die was ontploft: daar moest wat mee gebeuren. Dat moest in woorden gevat. Maar wel met humor. Zo schrijft ze over de worsteling die ze ervoer als ze mensen tegenkwam die vroegen hoe het ging. 

"Hoe is het?" 
"Goed, mijn vader was trouwens zaaddonor en misschien heb ik wel heel veel broers of zussen. Hoe was jouw weekend?"
"Ja, leuk, ik ben naar de voetbal geweest."

"En bij elke leeftijdsgenoot die ook maar een beetje op haar kon lijken – bril, kleine ogen, donkerblond, niet groot, niet klein – dacht ik: zou dat er één zijn? Komt diegene uit de periode tussen 1986 en 1993? Elke dorpsgenoot, kennis, collega was ineens een potentieel familielid. Zelfs mijn beste vriendin kon ineens mijn zus zijn. Gekmakend."

Boos

Maar ze ervoer ook: geef boosheid de ruimte, en die verdwijnt. Er ontstond nieuwsgierigheid. Zo beschrijft ze in haar boek hoe het idee van andere broers en zussen, met wie ze iets kon opbouwen 'zich zachtjes' in haar hoofd 'had genesteld'. Het eerste teken van leven kreeg ze via het FIOM, dat alle donorverwante zaken regelt in Nederland. Drie matches, hadden ze tegen haar vader gezegd. Drie matches, had haar vader vervolgens tegen Ragnild gezegd.

© Privéfoto "Als jong meisje werd ik gepest vroeger. Ik was anders."
"Als jong meisje werd ik gepest vroeger. Ik was anders."

'Het was toen simpel' 

Freddy Bijkerk, Ragnilds vader, vindt het boek van zijn dochter 'prachtig'. "Het was lang geheim, ik had nooit verwacht dat het zo groot naar buiten zou komen. Maar ik denk dat het goed is, die openheid."

Freddy zegt dat hij zaad doneerde om andere stellen te helpen. "Het was toen simpel: ik zag een advertentie, las over de tekorten aan zaaddonoren. Mijn vrouw en ik spraken erover en dachten: waarom niet? Dat het voor Ragnild ingewikkeld kon zijn, of voor de donorkinderen, was niet im Frage, want: niemand zou erachter komen."

Als Freddy het over zou mogen doen, zou hij niet meer instemmen met die anonimiteit. "Nu ik meer verhalen van donorkinderen heb gehoord, besef ik wel dat dat niet goed was. Maar die artsen waren overtuigd dat iedereen gebaat was bij anonieme donoren." Ook zou hij misschien niet meer 'zo vaak' doneren. "Maar het ging er in elk geval niet om dat ik zoveel mogelijk kinderen op de wereld wilde zetten. Al vind ik het heel bijzonder om al die kinderen te ontmoeten."

"Dríé matches", herhaalt Ragnild. "Ik voelde meteen blije kriebels in mijn buik." Ze krabbelde de namen snel op een papiertje, vond haar halfzussen (die ze nu ‘zussen’ noemt) op Facebook, zag een foto van één van hen. "Net alsof ik het was. Maar dan met een ander hoofd erop geplakt. Zelfde houding, zelfde armen, zelfde alles. Ze droeg wat ik ook had kunnen dragen."

Gek gek gek. Alles was gek. Maar ook: zo vertrouwd. Dat is dus wat de biologie doet. Weet ze nu.

Haar zussen zijn allemaal minimaal twaalf jaar jonger. "Ineens was ik niet meer de jongste. En ik weet nog, de eerste ontmoeting bij mij thuis, ik was zó nerveus. Stond uren voor mijn kast, wat moest ik aan!?? Wat als ze mijn vader niet leuk vonden? Of mijn huis? Of mij? Als er geen klik zou zijn?"

Wat als

Alle wat-als waren, zoals wel vaker met wat-als het geval is, onterecht. "De eerste gaf ik een hand, de tweede en derde zus die binnen kwamen dan toch maar een knuffel. De gesprekken gingen vanzelf. Mijn vader heeft stellen gelukkig gemaakt, en zijn biologische kinderen zijn allemaal blij dat ze bestaan."

In onderstaande video komt een donorkind aan het woord van 'spermadokter' Karbaat: 

Gemiste tijd is niet in te halen, maar de tijd die er nu is, daar geniet Ragnild van. "We appen, bellen, komen op elkaars verjaardagen. De vertrouwdheid is waardevol. En de zus met wie ik ben opgegroeid, voelt tegelijketjid weer wat dichterbij. Zó fijn."

Er kwam, anderhalf jaar later, ook een halfbroer op de proppen. "Die zit in een ingewikkelder situatie: zijn ouders ontkennen alles, zijn omgeving weet van niets. Ik zie hem worstelen. Verdrietig vind ik het. Iedereen heeft recht heeft om zichzelf, in openheid, te leren kennen."

Ook met die broer was het fijn. Vertrouwd. "Maar weet je wat ik ook merkte?" Nou? "Ik ervaar soms ook een beetje jaloezie. Dat er nu ook andere mensen zijn die mijn vader 'papa' noemen, ik vind dat een heel intieme benaming. Mijn vader zei laatst: 'Ik heb zes kinderen en ze zijn me allemaal even lief'. Heel kinderachtig, maar ik dacht: maar ík ben met jou opgegroeid."

Hulp

Ze heeft daar wel hulp bij gehad, bij een coach, en geleerd: alles mag er zijn. Toch is de band met haar vader niet heel erg veranderd. "Nee, ik zou zeggen van niet. Ik heb geleerd met mildheid naar mijn ouders te kijken. Mijn vader is, sinds ons gesprek aan die ontbijttafel, alles aangegaan. Gesprekken met mij, ontmoetingen met zijn kinderen, en de vragen die hij van hen kreeg. Dat is eigenlijk heel moedig."

Het schrijven van haar boek – Goed zaad, als opeens iedereen je broer of zus kan zijn – hielp haar. Niet alleen zichzelf, maar, zo hoopt ze, misschien ook anderen. Door de extreme verhalen in het nieuws over sjoemelartsen en grote aantallen donorkinderen, denkt Ragnild dat er mannen zijn die zich waden in hun anonimiteit. "Er hangt iets grimmigs omheen. Daarom heb ik dit boek geschreven. Om alle donoren en hun kinderen uit de anonimiteit te trekken. Het ongemak moet eraf."

© Josephine Drehmanns / RTL Nieuws"Mijn verhaal is genuanceerd. Niet zwart-wit."
"Mijn verhaal is genuanceerd. Niet zwart-wit."

"Dit verhaal", zo vervolgt ze, "vertelt dat niet alle donoren vieze mannetjes zijn met een god-complex die hun zaad verlekkerd de wereld in slingeren. Mannen die honderden kinderen hebben. Het kunnen ook mannen zijn zoals mijn vader, die misschien wel een ego hebben, maar vooral wilden helpen. En dit verhaal vertelt ook dat er onvoorzichtig is omgegaan met zaaddonoren en hun kinderen. Veel mensen moeten daardoor nu her en der puzzelstukjes zoeken, oprapen, leggen."

Haar boodschap: "Het is mooi dat het kan, zaad doneren, maar het moet wel behapbaar zijn voor de donorkinderen." Dat is het voor Ragnild nu niet. Zij en haar vader maakten de rekensom: "We denken dat er tussen de twintig en dertig kinderen rondlopen. Ik moet gaan leren verdragen dat ik niet alles ga weten."

Voor nu is haar puzzel gelegd – maar het zijn dat er op een dag nog meer familieleden en dus puzzelstukjes opduiken. "Iedereen is welkom", benadrukt Ragnild. "Door dit alles weet ik: mijn hart is heel groot. Er passen heel veel mensen in."

Zondaginterview

Elke zondag publiceren we een interview in tekst en foto's van iemand die iets bijzonders doet of heeft meegemaakt. Dat kan een ingrijpende gebeurtenis zijn waar diegene bewonderenswaardig mee omgaat. De zondaginterviews hebben gemeen dat het verhaal van grote invloed is op het leven van de geïnterviewde.

Ben of ken jij iemand die geschikt zou zijn voor een zondaginterview? Laat het ons weten via dit mailadres: zondaginterview@rtl.nl

Lees hier de eerdere zondaginterviews.

Deel artikel